Nuvistor
-

-

De nuvistor is een electronenbuis die op de markt gebracht is geweest op het einde van het lampentijdperk. Eén van de laatste stuiptrekkingen was de compactron die verschillende enkelvoudige elementen (triode, pentode,...) combineerde in één enkele buis zodat er uiteindelijk minder buizen nodig waren in een televisietoestel. Terwijl men in de Verenigde Staten een apart formaat daarvoor gebruikte, werden er in Europa ook combi-buizen gebruikt, maar dan in de normale noval of B10B behuizing (PCF80, PCH200, PCL805,...)

De nuvistor werd voorzien voor de toepassingen waarvoor de transistor nog niet bruikbaar was, namelijk radiofrekwente toepassingen. Televisietoestellen met hun hoge benodigde bandbreedte gebruikten hogere frekwenties dan radio: de FM band is VHF-II terwijl de televisie VHF-III gebruikte (en ook meer en meer UHF). De nuvistor had ook een betere ruisfactor dan de eerste transistoren en kon werken over een groot temperatuurbereik.

Rechts de interne constructie van een triode en tetrode. De electroden zitten in een metalen behuizing, zoals de eerste electronenbuizen met octal-voet. De constructie van de electroden is aangepast om hoogfrekwente toepassingen mogelijk te maken (geen scherpe hoeken), maar de buizen zijn ook bruikbaar voor audio-toepassingen. Op de wikipedia pagina van de nuvistor is er een mooie fotoreeks hoe een triode gestript wordt.

De nuvistor heeft de afmetingen van de eerste transistoren en de "buis" zit in een metalen behuizing, vanbinnen hebben we een kleine triode of tetrode (dit zijn de enige buizen die gemaakt zijn geweest). Voor hoogfrekwente toepassingen zijn eigenlijk enkel triodes bruikbaar, en voor de frekwentieconversie en eerste middenfrekwent trap tetrodes, dus heptodes en dergelijke meer werden er niet gemaakt. De buizen waren geschikt voor hoogfrekwente toepassingen, maar konden ook voor laagvermogen audiotoepassingen gebruikt worden.

De nuvistor werd door RCA gelanceerd in 1959. Er waren toen al germanium transistoren, maar met zeer slechte eigenschappen (ze konden enkel in laagvermogen en laagfrekwente toepassingen gebruikt worden). Deze transistoren werden eigenlijk enkel voor hoorapparaten geschikt. Andere fabrikanten hebben ook nuvistors op de markt gebracht.

Deze buizen werden ook in enkele hoogwaardige tuners gebruikt, als FM front end, in de middenfrekwent trappen en ook in de laagfrekwente voorversterkertrappen. Er zijn geen vermogensbuizen gemaakt, de buizen waren veel te klein (niet groter dan een transistor). Andere consumer toepassingen waren de versterkertrappen in oscilloscopen, hoogwaardige microfoons (AKG) en bandrecorders.

De buizen werden ook in militaire toepassingen gebruikt omdat ze tegen een stootje konden (raketten, kernkoppen,...) en niet gevoelig waren voor de straling die vrijkomt na een kernexplosie. De buizen werden tot in de jaren 1970 gebruikt (en zelfs langer in bepaalde audio-apparatuur).

De nuvistor gebruikt een standaard aansluiting die geschikt is voor alle buizen, zodat de buizen gemakkelijk in een bestaande schakeling ingebouwd kunnen worden. Een buisvoet is lichtjes vergelijkbaar met die van een IC, maar met de pennen die concentrisch geplaatst zijn. Het buisvoet (Twelvar) is voorzien voor maximaal 12 pennen, maar er worden doorgaans slechts een 6-tal aansluitingen gebruikt. De nuvistor wordt op zijn plaats gehouden door de metalen behuizing, niet door de dunne pennetjes.

Iedere ring kan tot drie pennen hebben: de pennen op de middenste ring worden voor de gloeidraad gebruikt, de pennen op de tweede ring voor de cathode, op de derde ring voor het rooster en de vierde ring de anode (of schermrooster). Bij tetrodes is de anode de metalen behuizing. Om de hoogfrekwente eigenschappen te verbeteren worden soms meerdere pennen op één ring in parallel gebruikt.

De nuvistor wordt gebruikt als een normale triode, maar de maximale dissipatie en anodestroom is beperkt door de kleine afmetingen van de buis. De versterkingsfactor gaat van 35 tot 65. Afbeelding rechts: nuvistors werden vaak in antenneversterkers gebruikt (radio, televisie en radio-amateur banden) vanwege hun uitstekende eigenschappen. Door de hoge lineariteit hadden de buizen een lage intermodulatievervorming (storing van een sterke zender op een zwakke zender.



De 6CW4 is één van de meest gebruikte nuvistors. Het is praktisch de enige buis die je nog kan vinden en gebruiken in schakelingen.

Parameters:

  • Gloeispanning en stroom: U = 6.3V, I = 135mA
  • Versterkingsfactor: µ = 65, S = 9.8mA/V
  • Maximale spanning en stroom: Ua = 135V, Ia = 15mA
  • Maximale anodedissipatie: Pa = 1.5W

Tegenwoordig worden er geen versterkers gemaakt met nuvistors: er is geen productie meer en de speciale buisvoeten zijn nergens nog te vinden. Als voorversterkertrap kan je beter een transistor of een ECC83 of PCF80 gebruiken. Deze buizen zijn nog volop verkrijgbaar.

Toen ik op zoek ging naar een radio die nuvistors gebruikte ben ik terecht gekomen bij de Kenwood KW-1100. Dit is één van de laatste receivers die nog met buizen uitgerust waren. Toen sprak men enkel nog over radio's voor goedkopere toestellen met ingebouwde luidspreker en receiver voor tuners-versterkers.

Publicités - Reklame

- height=